Het heldere water van de rivier Drôme stroomt onbevangen en wordt nergens tegengehouden of omgeleid. Het is de laatste wilde rivier van de Alpen. De bevers hebben weer beslag gelegd op de oevers, net zoals talloze waadvogels en reigers.

De rivier de Drôme is de natuurlijke grens tussen het noorden en het zuiden van het departement en ontspringt in La Batie-des-Fonds in de bergen bij Die. De rivierloop van 130 kilometer telt een aantal opmerkelijke plaatsen alvorens zich bij de Rhône te voegen, zoals de Claps de Luc, de wijngaarden van de Diois (het land rond Die), de Glandasse, de Trois Becs, de toren van Crest en ten slotte het natuurreservaat Les Ramières. De rivier ondervindt hoegenaamd geen hindernissen en heeft een regelmatige stroming die geen extra inspanning vergt en is hierdoor ideaal voor kajakken en kanovaren op parcoursen van 6 tot 45 kilometer.
Bij het smelten van de sneeuw en na zware regenval zwelt de rivier en wordt dan een speelterrein voor sensatiezoekers (rafting, hotdog, aquarando).  Zomers is de rivier braaf en bedeesd. Een heuse badplaats die badgasten ontvangt op de oevers voor een zonnebad of een partijtje zwemmen in het rustige, verkwikkende water.




De rivier ontdekken op de fiets is ook een optie via de fietsroute van 130 kilometer die bij de bron in La Bâtie-des-Fonds begint en in Livron bij de Rhône eindigt. Ideaal voor een dagje uit met het gezin.

 


Andere rivieren bieden ‘s zomers ook de nodige verfrissing en zeer gastvrije zwemplaatsen, zoals de bekkens in de Roanne. De kloof Gorges de Toulourenc, bij de grens met de Vaucluse, is rijk aan waterbekkens en een heerlijke plek om een wandeling van een paar kilometer door het water te maken. Het heldere water stroomt tussen verrassend witte rotswanden waar je de cicaden hoort zoemen. Een ongerept paradijsje met rotsen en zandstranden. Ook in de Gorges d’Ubrieux kun je prima door het water waden.